Interview na het winnen van de Gouden Strop

De Gouden Strop, de belangrijkste prijs voor het beste spannende boek in Nederland en België, is voor het eerst gewonnen door een vrouw. Johanna Spaey versloeg als enige Vlaamse genomineerde moeiteloos Nederlands bekendste thrillerauteurs met haar debuutroman Dood van een soldaat.

De jury was het er unaniem over eens: Dood van een soldaat stak met kop en schouders boven de andere boeken uit. De Gouden Strop bestaat sinds 1986 en werd nog maar 2 keer eerder aan een Vlaming uitgereikt, namelijk aan geen kleine mannen als Jef Geeraert s en Bob Mendes. Lang niet slecht dus van debutante Spaey (39), in het dagelijks leven eindredactrice bij een vrouwenblad .

Dood van een soldaat is een literaire roman vol wraak, ontlading en passie. Het verhaal speelt zich af in het Hageland, net na de Eerste Wereldoorlog. Het hoofdpersonage is nu eens geen neurotische politie-inspecteur met een drankprobleem maar een bloedmooie vrouw. Sara Sondervorst is een vrijgevochten dorpsarts die in een gloednieuwe Minerva rondrijdt. Samen met de veldwachter speurt ze naar de dader die de alom gehate rokkenjager Julien De Wever op vrij hevige wijze de hersenpan heeft ingemept. Al gauw blijkt dat zowat het hele dorp een reden had om de vrouwenzot te vermoorden. Niet alleen wegens amoureuze kwesties, ook de Groote Oorlog heeft veel geheimen nagelaten die motief kunnen zijn. Collaboratie, verzet, lafheid en heldenmoed. Maar ook veel drama. Zo is Sara’s broer gek geworden door het gas aan het front. En heeft ze letterlijk een halve verloofde, Alexander, omdat die z’n benen en een halve arm is kwijtgeraakt. Wat dan wel weer voor originele seks zorgt.

——————————————

Je boek begint met een scène waarin een vrouw op het gezicht van de man plast die ze juist in de grond heeft gelegd. Zou Johanna Spaey zoiets kunnen doen?

JOHANNA SPAEY: “Natuurlijk zou ik zoiets nooit doen. Ik ben niet zo scatologisch aangelegd, ik zou zeker niet plassen. Maar ik vond het een mooie woede-uiting voor een vrouw die de hel heeft gezien door een man. Op iemand plassen is de ultieme vernedering. Mensen vragen me sinds dit boek ook of ikzelf iemand zou kunnen vermoorden. Nee dus. Dat is het voordeel van fictie schrijven, je kunt je alles permitteren. Je bent aan geen enkele conventie gebonden, je kunt mensen ombrengen en verliefd laten worden, zoveel je maar wil.”

Je bent de eerste vrouw die de Gouden Strop wint. Vind je dat belangrijk of ben je niet met dat soort dingen bezig?

SPAEY: “Ach, het is toch wel een extraatje. Ik ben best ambitieus en nu heb ik eigenlijk 2 trofeeën voor de prijs van 1. Ik zat daar als vrouw, debutant en als Vlaming. Vlamingen winnen bijna nooit. Het is een puur Nederlandse prijs, met een Nederlandse jury en gesponsord door Nederlandse bedrijven. Het werd trouwens tijd dat een vrouw eens met de prijs ging lopen.”

Heb je daarom gewonnen, denk je?

SPAEY: “Ik denk het niet. Mijn boek is eerder een roman met misdaad elementen dan een echte thriller. Het past in alle genres. Volgens de jury maakte dat het juist zo bijzonder. Het is naast een misdaadboek, ook een liefdes- en een historisch verhaal. In het rapport stond dat het voor verschillende soorten prijzen in aanmerking kwam. Dat vind ik een groot compliment. De jury vond m’n personages levensecht, niet clichématig maar heel menselijk met kleine en grote kanten. Dat is denk ik een van m’n sterkste punten. Of, als je dan toch wil categoriseren: vrouwen zijn meestal iets sterker in psychologische ontleding. Mannen zijn meer met actie en het plot bezig. Gemiddeld gesproken hè.”

Wat heb je trouwens met de Eerste Wereldoorlog?

SPAEY: “Veel en dat heeft onder andere met m’n voorgeschiedenis te maken. Mijn grootvader heeft 4 jaar aan het front gevochten. Helaas heeft hij me er nooit over kunnen vertellen want ik heb hem niet gekend. Het weinige dat ik van hem weet, is via m’n moeder. Jammer want zo zal ik nooit precies weten wat hij allemaal heeft meegemaakt. Door die nieuwsgierigheid naar m’n wortels ben ik veel gaan lezen over die tijd. Het bleek een erg fascinerende periode te zijn. Het is zo’n tragische, brutale en deels ook onzinnige oorlog waar zoveel jongen mannen sneuvelden om hooguit een paar meter grond. Het was een wrede en absurde strijd, heel emotioneel allemaal. Dat is elke oorlog natuurlijk maar de Tweede Wereldoorlog wordt vaak zo technisch bekeken, terwijl de Eerste meestal erg schrijnend wordt beschreven. Ik ben niet geïnteresseerd in technische verslagen van veldslagen, ik wil weten wat die jongen voelt die aan het front om z’n moeder roept. Als je ziet hoe onze militairen veranderd zijn nadat ze een tijd in Somalië of Afghanistan hebben gezeten. In WO 1 zaten ze er jaren in. Heel wat mannen kwamen daar zwaar beschadigd uit.”

Je hebt waarschijnlijk heel wat research moeten doen. Heb je bijvoorbeeld gecontroleerd of er in die tijd al remmen op een rolstoel zaten? Als Sara bovenop die stoel klimt om seks te hebben met Alexander, lijkt dat me wel zo veilig.

SPAEY: “Voor die scène heb ik gewoon m’n ogen dicht gedaan en m’n fantasie losgelaten. Hoe doe je het op een rolstoel? Als de vrouw met haar gezicht naar de man toe zit, komt ze nogal met haar benen in de knoop. Dus gaat ze andersom zitten, dat is het handigst. Gelukkig heeft Alexander nog twee stompjes over zodat ze tenminste nog een beetje plaats heeft om op te zitten. Intussen gooit ze rustig haar rok over z’n kop waardoor hij totaal in het duister zit. Hij wordt besprongen en hij is natuurlijk compleet overdonderd want het is de eerste keer dat hij seks heeft. Zo gaat het een tijd in het boek door. Zij komt aan hem, hij mag niet aan haar zitten. Maar naarmate de relatie tussen die 2 evenwichtiger wordt, mag hij steeds meer het haar doen. Door die seksscènes zie je hun relatie evolueren.”

Je schrijft graag over seks, zeg je. Geeft het een meerwaarde aan je boek?

SPAEY: “Toch wel, ja. De seks in m’n boek is alleszins niet bedoeld als opvulsel. Het is onder andere een middel om een stuk van je persoonlijkheid te ontwikkelen. Voor mij is seks een evidentie in het leven. Net als slapen, eten en drinken. En mannen die naar voetbal kijken. ( lacht ) Seks is veel meer dan erotiek. Het heeft te maken met macht en overgave, met wat mensen aan elkaar toelaten. Ik vind seks een van de meest fundamentele dingen waarbij mensen kunnen uitdrukken hoe ze met intimiteit omgaan. Dat geldt althans voor mij. Het is een manier om iemand toe te laten in je leven, je kwetsbaar op te stellen.”

Geen seks zonder emoties dus.

SPAEY: “Nee, in mijn geval niet. Er zijn veel die het anders zien en hun gevoelens in bed wel achterwege kunnen laten of heel dicht bij iemand staan zonder dat er seks aan te pas komt. Bij is het meer geladen. Daarom zal het waarschijnlijk in al m’n boeken terugkomen. We denken allemaal dat het er vroeger zo preuts aan toeging maar er werd net zo veel gesekst als tegenwoordig, daar ben ik zeker van. Ook in de boerenmilieus ging het er op dat vlak stevig aan toe. Hoeveel mensen trouwden er niet omdat de vrouw zwanger werd ?”

Je schrijft ook over een pooier die dildo’s verkoopt aan een bordeel. Die dildo’s zijn van bakeliet gemaakt. Klopt dat of is het een verzinsel?

SPAEY: “Ik had geen idee wan welk materiaal ik die kunstpenissen moest maken. Een vriend vertelde me dat er in die periode juist een opmars was van bakeliet, dat was hét nieuwe materiaal. Ik dacht dat het heel hard en koud spul zou zijn maar volgens hem was het juist warm en aangenaam . Vandaar dat ik het gebruikt heb. Of er echt bakelieten dildo’s bestonden, weet ik niet. Maar kunstpenissen op zich waren er al veel langer. Die werden in de 19 e eeuw bijvoorbeeld als therapeutisch middel gebruikt bij vaginistische of hysterische vrouwen. Natuurlijk vonden die vrouwen dat fantastisch, ze gingen altijd maar terug naar die dokter. ( lacht ) Ik heb die dildo’s in m’n boek gestopt omdat ik ook wel wat humor wilde. Dat heft die zwaarbeladen ellende van de nasleep van de oorlog een beetje op. Maar niet iedereen ziet er de humor van in heb ik gemerkt. Veel mensen vinden dat ik hard en rauw schrijf. Over geweld en armoede. Ze vinden het een deprimerend verhaal, vertellen ze me dan. Terwijl ik er zelf ook om kan lachen.”

Je hebt altijd al geschreven, vanaf dat je een klein kind was. Eigenlijk komt dit boek dus best laat.

SPAEY: “Toen ik als eindredacteur ging werken, stopte ik met schrijven. Als je de hele dag teksten leest, heb je ‘s avonds echt geen zin meer om zelf ook nog eens te schrijven. Na een aantal jaren begon het toch weer te kriebelen en toen vond ik dat ik het ook echt moest waarmaken. Dat boek zou er komen, nu of nooit. Ik heb het manuscript opgestuurd naar de uitgeverij en daar zagen ze het meteen zitten. Ik moest het alleen wat uitbreiden. Toch is mijn leeftijd voor een schrijver goed om te beginnen denk ik. Naar het schijnt debuteren de meeste auteurs gemiddeld rond de 38, 39 jaar. Ik geloof niet in mensen die zeggen dat ze tijdens de vakantie een Aspe of Brusselmans hebben gelezen, ineens bedenken dat ze zoiets zelf ook kunnen en vervolgens een boek schrijven. Alsof je zomaar even een boek maakt. Er gaat volgens mij jaren schrijfervaring aan vooraf. Je moet je daarin ontwikkelen, je hebt een bepaalde rijpheid nodig.”

Het boek is ook een lofzang op vrijmoedige Sara. Hoeveel lijkt ze eigenlijk op jou?

SPAEY: “Ik denk dat ik meer op Alexander lijk, haar verloofde van voor de oorlog. Vooral in de manier waarop hij tegen intimiteit aankijkt. Hij is nogal bang om te dicht bij iemand te komen. Ik ben lang niet zo vrijmoedig als Sara. Al zeggen de mannen in m’n omgeving graag dat ik toch zoveel op haar lijk. Natuurlijk is het makkelijker om over een onafhankelijke vrouw te schrijven als je zelf zo bent. Ik zou nooit kunnen schrijven over een onderdanige seut die op haar vent zit te wachten want daar heb ik gewoon niets mee.”

Je schrijft zowel vanuit een vrouw als een man. Had je moeite om je in een man te verplaatsen?

SPAEY: “Nee, dat ging eigenlijk vanzelf. Ik heb de passages over Alexander aan een paar mannen laten lezen en die zeiden allemaal dat ze het een echte man vonden. Alexander is een interessant personage omdat hij invalide is en lichamelijk totaal geen actie kan ondernemen. Het enige dat hij kan, is iets zeggen en denken. Daar kun je psychologisch veel kanten mee uit.”

In de streek van het Hageland is veel gebeurd tijdens WO 1. Speelt je boek zich om die reden daar af?

SPAEY: “Ik kom er zelf vandaan, dus het was gewoon makkelijk. Maar de oorlogsgeschiedenis is daar inderdaad interessant. Vooral in het begin van de Eerste Wereldoorlog zijn er veel gruwelijke dingen gebeurd zoals standrechterlijke executies door de Duitsers. Bij de molen van Rotselaar is er zwaar gevochten geweest. In Aarschot hebben ze honderden mannen geëxecuteerd omdat er een Duitse generaal was neergeschoten. De schuld werd op de vrijschutters gestoken en als straf werden er gewoon burgers afgeknald. Ze namen die mannen mee, zetten ze in het veld op een rij en schoten in één bepaald geval (je had twee groepen gijzelaars, de ene groep is compleet omgebracht, bij de anderen was 1 2 knal, 1 2 knal.) systematisch telkens de derde dood. Moet je je voorstellen dat je daar staat als man. Eén, twee, pang. Gruwelijk. Iedereen zegt altijd dat de Duitsers zich correct hebben gedragen. Maar niet in die streek. Het was absoluut geen beschaafde bezetting, het ging vaak om pure bruutheid en razernij.”

 

Dood van een soldaat van Johanna Spaey is uit bij Manteau en kost €18,95

 

Tekst: Joanie de Rijke